Regeringsbeleid gestuurd door het Veiligheidsepistemisch Complex
Het web van de inlichtingendiensten is gesponnen rondom circa 200 universiteiten en denktanks. Zij vormen de bron voor beleidssturing die de inlichtingendiensten hun grondslag en mandaat geven.
Wie de laatste jaren heeft gelet op de totstandkoming van beleid en wetgeving op het gebied van (terreur)dreiging, is het wellicht opgevallen dat wetenschappelijke rapporten en denktanks hier een belangrijke rol in spelen.
Deze wetenschappelijke rapporten, waarvan het wetenschappelijke gehalte veelal discutabel is vanwege ontbrekende bronnen en bewijzen, hebben in Nederland hun oorsprong in wetenschappelijke instituten en denktanks die nauw verbonden zijn aan de inlichtingendiensten. Niet alleen op personeel vlak, maar ook op het gebied van gezamenlijke activiteiten zoals projecten, congressen en fora. In vrijwel alle gevallen waarin dreigingen, maatregelen of mandaten op politiek niveau worden besproken, liggen academische schrijfsels hieraan ten grondslag. In Nederland vindt deze expansie van staatsmacht door academische dekking voornamelijk plaats via enkele instituten.
Inlichtingendiensten of het verantwoordelijke ministerie initiëren een onderzoek bij de academie dat resulteert in een rapport. Dat rapport vormt de basis voor politieke actie zoals bijvoorbeeld nieuwe wetgeving of grondslagen voor de inlichtingendiensten. Onderwerpen als ‘radicalisering’, ‘online extremisme’ en ‘nationale veerkracht’ worden op academische wijze gepresenteerd, terwijl de normatieve uitgangspunten vaak rechtstreeks afkomstig zijn uit de ministeries en de diensten zelf. De wetenschappelijkheid fungeert hier als politieke afscherming.
Deze driehoeksverhouding tussen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de academie en de politiek, met eventuele tussenkomst van denktanks, wordt ook wel de Veiligheids-Inlichtingen-Kennisdriehoek genoemd.
Peter M. Haas is een Amerikaanse hoogleraar die de basis van dit fenomeen onderzocht en als eerste omschreef als een Epistemische gemeenschap. Wanneer het gaat om het kennis-component van de Veiligheids-Inlichtingen-Kennisdriehoek, betreft dit de Veiligheidsepistemische Gemeenschap of het Veiligheidsepistemisch Complex.
Wie het Veiligheidsepistemisch complex probeert te ontrafelen, ziet dat de academie een sleutelrol speelt in het wereldwijd implementeren van beleid in de landen die ieder hun eigen academische dependance binnen het Veiligheidsepistemisch complex hebben.
De Nederlandse Inlichtingendiensten
In Nederland bestaat de veiligheidsgemeenschap uit drie inlichtingendiensten, te weten:
Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)
Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD)
Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)
De AIVD en MIVD zijn officiële inlichtingendiensten die onder toezicht staan van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). De NCTV verdient van deze drie diensten extra aandacht omdat het onder geen enkel toezicht staat. Alleen het parlement kan toezicht houden door middel van kamervragen aan de minister van Justitie en Veiligheid (J&V), maar als de Nationale Crisisstructuur wordt geactiveerd, staat het parlement buitenspel en vormt de NCTV de spil in het landsbestuur. Het gebrek aan checks en balances en toezicht op de NCTV veroorzaakt een problematische positie van de dienst binnen een democratische rechtsstaat. Dit werd duidelijk zichtbaar tijdens de coronacrisis, waar de NCTV de crisisaansturing in handen had.
Achtergrond NCTV
Sinds de aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001, is een groot aantal inlichtingendiensten in voornamelijk NAVO-landen ontstaan die zich richten op terreurdreigingen in het binnenland. In de VS is de Department of Homeland Security (DHS) opgericht nadat de Homeland Security Act werd aangenomen. In Nederland was het de Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) die de grondslag bood aan de NCTb, die in 2012 werd omgedoopt naar de NCTV.
Het zijn nieuwe geheime diensten die potentiële terreurdreigingen proberen op te sporen op basis van surveillance en inlichtingen uit diverse andere bronnen. Zij combineren de capaciteiten en bevoegdheden van de verschillende overheidsinstanties om doelgericht te werken, waarmee potentiële bedreigingen tegenover één overheid komen te staan. Gaandeweg de tijd is de focus van de nieuwe diensten verschoven van fysieke veiligheid zoals terrorisme naar abstracte en subjectieve vormen van veiligheid, zoals mentale en informatieve veiligheid, weerbaarheid en crisisbeheersing.
De Tijdelijke Wet Maatregelen Covid-19 (TWM) was een machtigingswet die het Nederlandse parlement en het gemeentelijke bestuur in de coronaperiode buiten werking stelde en het landsbestuur volledig in handen legde van een select groepje hoge ambtenaren en ministers. De macht en invloed die de NCTV had vanaf het moment dat de Nationale Crisisstructuur werd geactiveerd, leidde tot een totalitair bestel. De scheiding der machten was vanaf dat moment de facto opgeheven. De TWM was nodig om de situatie die de Nationale Crisisstructuur bood, op langere termijn te handhaven.
Binnen de NCTV en het ministerie van J&V is een decennialange worsteling gaande over de wettelijke grondslagen voor de activiteiten die de inlichtingendienst uitvoert. Uit een vrijgegeven WOO-document blijkt dat men er politiek voor heeft gekozen om haar activiteiten geen wettelijke legitimatie te geven.
In juni 2025 is de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid (Wcotnv) aangenomen die de activiteiten van de NCTV alsnog legitimeren.
Peter M. Haas: Epistemische gemeenschappen
In 1992 schreef de Amerikaanse politicoloog Peter M. Haas een paper over Epistemische Gemeenschappen: Epistemic Communities and International Policy Coordination. In 1997 verscheen zijn boek: “Knowledge, Power, and International Policy Coordination”, waarvan het eerste hoofdstuk bestaat uit de paper uit 1992.
De kernvraag die Haas in zijn paper uit 1992 behandelt, draait om hoe staten in een complexe, technisch-onzekere wereld tot internationale beleidscoördinatie komen — met andere woorden: hoe regeringen beslissingen kunnen nemen over onderwerpen waar zij zelf te weinig kennis van hebben. Haas introduceert in zijn paper de term “Epistemische Gemeenschappen”. Dit zijn netwerken van experts met erkende kennis en autoriteit binnen een bepaald beleidsdomein.
De kenmerken van een Epistemische gemeenschap zijn:
Gedeelde normen en waarden (wat wenselijk is).
Gedeelde causale overtuigingen (hoe de wereld werkt).
Gedeelde criteria van validiteit (wat telt als kennis).
Een gemeenschappelijk beleidsproject (praktisch doel waar kennis voor wordt ingezet).
Epistemische gemeenschappen verminderen onzekerheid door informatie te leveren en problemen te herdefiniëren, vormen de perceptie van belangen van staten en zijn bepalend voor wát in hun belang is, en structureren de samenwerking tussen staten via gedeelde kennis en vocabulaire. Zo kan nieuw beleid en blijvende internationale samenwerking tot stand worden gebracht. Volgens Haas’ theorie zijn kennis en informatie dus machtsbronnen. Wie de interpretatie van een probleem controleert, beïnvloedt het beleid. Dit biedt een niet-systemisch, kennisgericht verklaringsmodel voor beleidssamenwerking, aanvullend op machtspolitieke of economische benaderingen. Haas benoemt ook de rol van Denktanks als een brugfunctie voor het epistemisch complex omdat zij belangrijke input kunnen leveren.
Samenvattend pleit Haas voor epistemische gemeenschappen die de beleidsmakers zouden moeten helpen aan de hand van:
Het construeren van een gedeelde interpretatie van de werkelijkheid (problemen en oplossingen);
Gedeelde causale overtuigingen (herkenbaar uit de klimaatdiscussie);
Gemeenschappelijke normen en validatieregels om te bepalen welk bewijs “geldig” is en welke oplossingen “rationeel” of “wetenschappelijk” heten.
De kijk op de werkelijkheid door een epistemische gemeenschap is dus normatief én cognitief: ze combineren waarden (wat wenselijk is) met kennis (hoe het werkt volgens de consensus). Haas ziet dit als een gedecentraliseerd maar gecoördineerd systeem, dat via “softere” vormen van macht werkt zoals expertise, aanbevelingen en standaardisatie. Haas pleit zelf niet voor een centrale regering die de wereld bestuurt, maar hij beschrijft dat kennisgemeenschappen feitelijk de wereld kunnen sturen. Niet door formele macht, maar door epistemische autoriteit. De macht om te bepalen wat als “waar” of “wetenschappelijk juist” mag worden beschouwd en dus de contouren van de realiteit waarbinnen beleid wordt overwogen. Dat bedoelt hij met “global governance”.
Epistemisch complex als kozijn van het Overton Window
De theorie van epistemische gemeenschappen om bestuurlijke invulling te geven aan de kijk op problemen en oplossingen, houdt een nauw verband met de theorie van de Amerikaanse ingenieur Joseph Paul Overton: The Overton Window. Dit is een theorie die in dezelfde periode verscheen als die van Peter Haas, midden jaren negentig van de vorige eeuw.
Het overton window geeft de grenzen aan van een debatspectrum op basis van wat maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Alles buiten de kozijnen van het Overton window wordt als onbespreekbaar, extreem, radicaal of complottheorie beschouwd. Discussies die binnen het venster plaatsvinden, zijn redelijk, wetenschappelijk en beschaafd. Polarisatie vormt hierin een belangrijke factor om eventuele tegenspraak op de epistemische consensus te bestrijden. Mensen die de coronacrisis nog scherp op het netvlies hebben staan, herinneren zich wellicht het “trust the science”, “trust the experts”, en het defameren en het diskwalificeren van mensen die een mening hadden die buiten het Overton window lag.
De theorieën van Haas en Overton komen samen op een punt van wat de burger bijna op dagelijkse basis kan aanschouwen wanneer hij of zij kritisch naar de nieuwsberichten kijkt. De media legitimeren epistemische macht doordat zij de mening van specifieke experts als “de wetenschap” presenteren, waardoor de kozijnen van het Overton window verschuiven naar de gewenste bandbreedte.
De rol van denktanks ziet Overton anders dan Haas. Daar waar Haas denkt dat denktanks waardevolle en beleidsrelevante input kunnen leveren, is Overton kritischer op deze denktanks. De denktanks testen volgens hem de narratieven en verschuiven het overton venster richting de beleidsdoelen van hun financiers. Zo kan klimaat- of immigratiebeleid, farmaceutische regelgeving of digitale censuur geleidelijk van controversieel naar sociaal onvermijdelijk worden verschoven doordat denktanks die beleidsvoorstellen rationaliseren. Zo kun je redeneren dat denktanks een belangrijke rol in Strategische Communicatie en psychologische operaties hebben.
Overton en Haas zien verder een belangrijke rol voor de media en Non Governmental Organizations (NGO’s) ofwel stichtingen weggelegd. De media versterken expertkaders, handhaven de morele kaders van wat bespreekbaar is en houden daarmee de publieke conformiteit in stand. De NGO’s vertegenwoordigen morele claims (zoals het beschermen van de natuur), mobiliseren en faciliteren acties en normaliseren beleid via sociale en juridische druk. Dit laatste fenomeen is actueel met de “One Health”-ideologie die abstracta als “de natuur” tot een rechtspersoon verheffen, waardoor het mogelijk wordt om gerechtelijke procedures te starten uit naam van “de natuur” om rechtsposities te verdedigen.
Thema’s met een epistemisch complex
Peter Haas beschrijft als voorbeeld het destijds actuele probleem met de Ozonlaag. Een probleem dat inmiddels nauwelijks aandacht meer krijgt omdat het wellicht niet zo groot bleek te zijn als toen het actueel was. Hetzelfde geldt voor Haas’ beschrijving van de epistemische gemeenschap die zich richtte op de problematiek van Zure Regen. Hij schreef over dit onderwerp in de context van epistemische gemeenschappen het boek Institutions for the Earth: Sources of Effective International Environmental Protection.
Momenteel is Haas betrokken bij het internationaal epistemisch complex van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat zich richt op klimaatproblematiek. Deze gemeenschap heeft naast internationale akkoorden tot ingrijpende beleidsmaatregelen geleid die ons dagelijks leven sterk beïnvloeden.
Andere onderwerpen van epistemische gemeenschappen richten zich op economische-, veiligheids- en inclusiviteitsvraagstukken.
De technocratische mission creep
Een Epistemische gemeenschap produceert niet alleen kennis, maar juist een specifieke manier van kijken naar problemen en oplossingen. De kracht ligt dus niet alleen in expertise, maar in het vermogen om de werkelijkheid te interpreteren en te kaderen op een manier die beslissers overtuigt van bepaalde causale verbanden en beleidsrichtingen of oplossingen. Dit geeft een machtspositie aan de epistemische gemeenschap doordat deze de problemen en oplossingen kan framen. Kennis is macht.
Haas’ intenties met zijn theorie om machtspolitiek in combinatie met kennisdeficiëntie te vervangen door de macht van kennisnetwerken zullen ongetwijfeld goed geweest zijn. Zeker in het tijdsgewricht van kort na de koude oorlog. Het resultaat van zijn these lijkt echter een keerzijde te hebben. Het heeft namelijk geleid tot consensuspolitiek en in veel gevallen een verstarde en verkokerde kijk naar problemen en oplossingen. Kennisnetwerken vormen de instituties waarvan de uitgangspunten of conclusies niet betwist mogen worden, terwijl binnen deze instituties het effect van een echokamer schuilt.
De technocratische mission creep kan worden samengevat als een fenomeen dat tijdens de coronacrisis duidelijk aan de oppervlakte is verschenen: Het langzaam uitbreiden van de bevoegdheden en invloed buiten het oorspronkelijke mandaat, vaak met een beroep op “de wetenschap” of “de consensus”. Tegengeluiden binnen de epistemische gemeenschap worden verstoten en die van erbuiten worden geëxcommuniceerd. Tegengeluiden in het algemeen worden beschouwd als “desinformatie”.
Een epistemische gemeenschap kan beleid sturen wanneer instituten van de uitvoerende macht er onderdeel van uitmaken en door financiering ervan afhankelijk zijn. Beleidsmakers kunnen gewenste oplossingen (bijvoorbeeld wetgeving en bevoegdheden) voor problemen (bijvoorbeeld terreurdreiging) laten framen door de epistemische gemeenschap. Een voor de democratische rechtsorde cruciale rol van de oppositie staat in zo’n geval machteloos tegenover een machtsblok van regering en kennisinstituten. De statuur van de epistemische gemeenschap kan zo worden misbruikt door financiële prikkels, zoals onderzoeksbudgetten voor de wetenschappelijke instellingen, zoals in het farmaceutisch epistemisch complex.
Het Veiligheidsepistemisch Complex
Terug naar de inlichtingendiensten, het gaat immers over het veiligheidsepistemisch complex en hoe het spel werkt tussen de inlichtingendiensten, de academie en de bestuurders.
Emanuel Adler (professor International Relations aan de Universiteit van Jeruzalem), Michael Barnett (professor Politicologie aan de Universiteit van Wisconsin-Madison) en in mindere mate Mai’a K. Davis Cross projecteerden rond 1998 de theorieën van Peter Haas op het concept “Veiligheid”. Adler en Barnett publiceerden in 1998 het boek “Security Communities”, dat mede gebaseerd was op de theorie over security communities die Karl Deutsch in het tijdsgewricht van de koude oorlog ontwikkelde. Het zwaartepunt van Deutsch’ onderzoek richtte zich op het voorkomen van militaire conflicten door effectieve communicatie binnen kennisnetwerken, daar waar Adler en Bennet voortborduurden richting de Veiligheidsepistemische gemeenschap zoals wij die nu kennen.
Hun onderzoeken en publicaties vormden de fundamentele laag voor wat nu wordt gezien als het Veiligheidsepistemisch complex. Mai’a K. Davis Cross richtte zich met haar publicaties (1, 2) voornamelijk op de veiligheidsepistemische gemeenschap van de Europese Unie.
Het Veiligheidsepistemisch complex wordt op landelijk niveau gevormd door de academie, denktanks, inlichtingendiensten en de beleidsmakers. Internationaal staan de circa 200 universiteiten en denktanks met elkaar in contact en vormen samen het web van het Veiligheidsepistemisch complex.
Vernieuwende begrippen met een sinistere lading worden in dit netwerk mainstream gemaakt door de publicaties waarin onderling naar elkaar wordt verwezen. Eén eigenschap hebben alle schrijfsels met elkaar gemeen, en dat is het thema: ‘dreiging’.
Via de academie vindt de implementatie op landelijk niveau plaats, door de kennisdriehoek: Inlichtingendiensten-Beleid-Academie. Hierbij worden de denktanks gemakshalve onder de academie geschaard.
In de bovenstaande afbeelding staat de veiligheids-kennisdriehoek van beleidsvorming schematisch weergegeven. De academie onderzoekt een onderwerp of fenomeen en trekt bepaalde conclusies of doet aanbevelingen. Deze worden in de politieke arena gebracht door rapporten of beleidsnota’s, waarop voorstellen tot wets- of beleidswijzigingen volgen. Deze wets- of beleidswijzigingen leiden nooit tot minder, maar juist altijd tot meer bevoegdheden van het inlichtingenapparaat en daarmee de uitvoerende macht. Onderstaande illustratie geeft deze cyclus grafisch weer. Hierbij moet worden opgemerkt dat de opdrachtgever van de ISGA uit internationale verbanden (epistemische gemeenschap), de inlichtingendiensten, het ministerie of subsidiemechanismen als Horizon kan komen. Onderzoeken worden in sommige gevallen ook in samenwerking met de diensten gedaan, en de signalen uit de rapporten worden in veel gevallen versterkt door denktanks zoals de ICCT. Indien nodig met hulp van de media.
Omdat de academie en denktanks door de Rijksoverheid worden gefinancierd en de inlichtingendiensten gebaat zijn bij meer bevoegdheden, bestaan hier meerdere conflicterende belangen. Zeker als de academie bepaalde projecten samen met de diensten uitvoert. In bijzondere situaties zoals crises, ontstaan nog grotere belangenconflicten wanneer de NCTV in een crisisorganisatie het landsbestuur overneemt.
De Nederlandse Academie: ISGA en GGA
Het Institute of Security and Global Affairs (ISGA) is als onderdeel van Governance and Global Affairs (GGA) een faculteit van de Universiteit Leiden die zich op twee minuten loopafstand van het kantoor van de NCTV bevindt.
De ISGA is rond 2013 ontstaan uit het Centre for Terrorism and Counterterrorism (CTC), waar Beatrice de Graaf een belangrijke rol in had als mede-oprichter van de ISGA. De Graaf, met een indrukwekkende lijst van publicaties, vond regelmatig haar weg naar de mainstream media. Hiermee opereerde zij op het grensvlak van de epistemische gemeenschap en de buitenwereld.
Wie onderzoek doet naar de betrokken personen bij de ISGA, zal snel tot de conclusie komen dat er een sterke vertegenwoordiging is door mensen uit het inlichtingenwerkveld, de NAVO of andere denktanks. Jaap de Hoop-Scheffer, Rob de Wijk, Bert Koenders en de inmiddels vertrokken Paul Abels zijn hier voorbeelden van.
In 2022 zijn enkele evaluatierapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over de aanpak van de Coronacrisis verschenen. Het eerste deel richt zich op de periode van de eerste coronagolf, waarin de Nationale Crisisstructuur werd geactiveerd. Wat opvalt aan de opstellers van het rapport, is dat het mede door drie personen van de ISGA is opgesteld. Eén van deze drie is Sanneke Kuipers, die als Scientific Director en Professor Crisis Governance verbonden is aan de ISGA. Daarnaast zit zij in de supervisory board van de ICCT. Het feit dat de evaluatierapporten mede zijn opgesteld door leden van het veiligheidsepistemisch complex, roept vragen op over de onafhankelijkheid van de rapportages.
In 2024 stelde de NCTV een nieuwe leerstoel “Applied Ethics in Intelligence and Security” in op de ISGA, waar oud-NCTV’er Michael Kowalski werd geplaatst.
En inventarisatie naar de dubbelrollen in denktanks en de academie, toont een aanzienlijke overlap in betrokkenheid. Sommige personen zijn in het verleden bij verschillende diensten en instituten werkzaam geweest, hetgeen duidt op een draaideurconstructie tussen de diensten, de academie en de denktanks.
Periodiek wordt een wereldwijde inventarisatie gedaan naar alle betrokken instituten bij het Veiligheidsepistemisch complex. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen universiteiten, denktanks en inlichtingendiensten. In 2021 waren dit er circa 200. In Nederland bevinden zich negen instituten die voorkomen in de lijst.
De Britse lijst is een stuk langer. Opvallend is de vermelding van Open Source Intelligence journalistiek platform Bellingcat. Zeker in het licht van de aanwezigheid van Chatham House in de lijst, bekend van de Chatham House rule: “Under the Chatham House Rule, anyone who comes to a meeting is free to use information from the discussion, but is not allowed to reveal who made any particular comment. It is designed to increase openness of discussion.”
De publicaties over terrorisme die de internationale epistemische gemeenschap produceert, worden eveneens periodiek geïnventariseerd. Verwijzingen naar elkaars werk binnen de gemeenschap lijken oneindig.
De Denktanks
Het ICCT en het ISGA worden vaak gepresenteerd als onafhankelijke onderzoeksinstituten, terwijl hun ontstaan, financiering en netwerk in werkelijkheid diep verweven zijn met de Nederlandse veiligheidsstaat, met name de NCTV, AIVD en MIVD. Denktanks worden voornamelijk bemand door personen die ook aan andere organisaties verbonden zijn.
International Centre for Counter-Terrorism (ICCT)
In 2024 was het budget van de ICCT circa 2 miljoen Euro, waarvan een half miljoen afkomstig van de EU, en 1 miljoen van de ministeries van Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken. Tot voor kort kreeg het ook financiële steun van het omstreden USAID.
Het ICCT is opgericht door het T.M.C Asser Instituut, Clingendael, en de ISGA en richt zich voornamelijk op het speelveld van de NCTV. Eén van de EU-projecten waarvoor zij financiering ontving in 2024 richtte zich op “EU External Action - FPI - Strategic Communications and Disinformation resilience to violent narratives”, hetgeen bevestigt dat deze denktank zich ook richt op STRATCOM-activiteiten.
De gedachte achter de oprichting van het ICCT zal verband hebben gehouden met de in omvang toenemende rol van de NCTV. Functies binnen de inlichtingendienst overlappen regelmatig met, of sluiten aan op die van de denktank. Omdat een (voormalig) NCTV-agent niet snel geneigd zal zijn iets uit hoofde van het ICCT te publiceren dat de grondslagen van de NCTV beperkt, is de eerder besproken afwezigheid van democratisch toezicht op de NCTV een zorgelijk aandachtspunt. Zeker als men in ogenschouw neemt dat publicaties soms hun weg vinden naar het landsbestuur en veelal leiden tot beleidswijzigingen.
De toegang tot de media lijkt vanuit de denktank laagdrempeliger dan rechtstreeks uit een inlichtingendienst. Dit blijkt uit regelmatige publicaties van het ICCT in de mainstream media. Een fenomeen dat ook voor andere denktanks zoals Clingendael en HCSS geldt.
Publicaties van het ICCT vormen veelal de basis, of zijn complementair en ondersteunend aan de Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland die de NCTV periodiek publiceert. De recente kruistocht binnen EU- en NAVO-verband tegen “hate speech” zijn eveneens terug te vinden in publicaties van de ICCT. In dit concrete voorbeeld is de NCTV opdrachtgever van een publicatie die door het ICCT is opgesteld: “…op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) opdracht tot een studie - uitgevoerd door ICCT - naar de haalbaarheid van het opstellen van een duidingskader dat een betrouwbare detectie en moderatie van extremistische en terroristische, online content mogelijk maakt…”
Omdat een uitsluitende lijst met overeenkomsten tussen de machtsuitbreiding en rechteninperkingen enerzijds, en de ondersteunende publicaties anderzijds ondoenlijk is binnen één artikel, wordt aangeraden om zelf de lijst op de site van het ICCT te bekijken en de verbanden te leggen met geïmplementeerde beleidswijzigingen.
Clingendael
Daar waar het ICCT zich richt op interne dreigingen en daarmee sterk met de NCTV is te associëren, heeft Clingendael meer focus op internationale dreigingen en conflicten en kan als de NAVO-denktank binnen de Nederlandse Veiligheid-Beleid-Kennis-driehoek worden beschouwd. Het is voor het merendeel van haar budget afhankelijk van overheidsgeld. Het resterende deel van het budget komt uit de militaire industrie, waarmee het een denktank is die kan worden beschouwd als pleitbezorger voor het militair-industrieel complex.
Diverse functies overlappen met de ISGA en de denktank “Toekomst Nederland 2040”, een intitiatief van de Vereniging Nederlandse Gemeenten dat zich richt op de vergezichten van de Sustainable Development Goals (SDG’s) op gemeentelijk niveau.
The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS)
HCSS richt zich op bredere vraagstukken zoals energie en voeding in het kader van weerbaarheid. Een bekend gezicht van HCSS is Rob de Wijk, die eerder verbonden was aan Clingendael en momenteel nog altijd aan de ISGA. HCSS doet voor Nederland wat denktanks als RAND of CSIS in de VS doen: de beleidsrichting van regeringen versterken en legitimeren met onderzoek dat hun militaire en energiebelangen rechtvaardigt. De oprichter, Rob de Wijk, positioneert HCSS constant binnen het militaire establishment.
Het T.M.C Asser Instituut
Het Asser Instituut is een van de eerste denktanks in Nederland en stond aan de wieg van het ICCT. Kasper Vrolijk is aan beide denktanks verbonden. De Nederlandse overheid is voor het grootste deel van het budget verantwoordelijk. In totaal circa 4,5 miljoen Euro. Dit omvat de bijdrage van 2,8 miljoen door het Ministerie van Onderwijs , Cultuur en Wetenschap via via de Universiteit van Amsterdam. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) doneert 1,5 miljoen voor projecten zoals Accountability Ukraine en Matra Ukraine.
In het Asser Instituut huist ook het administratieve hoofdkantoor van het Global Counter-Terrorism Forum (GCTF). Een typisch veiligheidsepistemische activiteit dat een internationaal forum is voor terrorismebestrijding, waar onder andere voormalig minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders bij betrokken is (naast zijn functie binnen het ISGA).
Op een recent symposium pleitte Koenders voor de bestrijding van terreurgroep ISIS in Syrië, terwijl hij tijdens zijn ambtstermijn als minister van Buitenlandse Zaken nog militaire steun gaf ter hoogte van 25 miljoen Euro aan verschillende terreurgroepen in het door burgeroorlog geteisterde land. Het onderstreept de kaders waarbinnen men naar problematiek kijkt binnen epistemische gemeenschappen.
De rol van de Media
Publicaties uit de veiligheidsepistemische gemeenschap in de mainstream media kunnen functioneel zijn omdat zij opiniërend zijn en daarmee druk kunnen zetten op de beleidsmakers. Wanneer een artikel of column met een goede timing in de krant verschijnt, beïnvloedt dit de beleidsmakers en zelfs de parlementsleden van de oppositie wanneer zij zich een mening moeten vormen over een bepaald onderwerp waarover een beleidswijziging is voorgesteld. Het geluid van urgentie om bepaalde acties of beleid te implementeren, wordt versterkt in de kranten en aan de praattafels.
De artikelen van eerder genoemde Beatrice de Graaf zullen ongetwijfeld van invloed zijn, aangezien deze regelmatig hun weg vinden naar het parlement (1,2,3). Het concept “stochastisch terrorisme” werd mainstream toen De Graaf hierover schreef in een artikel in de Volkskrant en hierover sprak in een uitzending van de NOS. Op verzoek van de NCTV heeft het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum (WODC) aand de denktank RAND Europe gevraagd om meer inzicht te bieden in het concept “stochastisch terrorisme”, wat leidde tot dit artikel. Stochastisch terrorisme is een fenomeen waarbij invloedrijke figuren, zoals politici, media-persoonlijkheden of influencers, vijandige retoriek gebruiken die indirect aanzet tot geweld door derden. Het debat over dit onderwerp werd gelanceerd en dreigde te leiden tot de inperking van de vrijheid van meningsuiting doordat er steeds meer stemmen opgingen voor het bestraffen van uitingsdelicten. Dit proces rond stochastisch terrorisme toont het samenspel van het epistemisch complex met de inlichtingendienst als opdrachtgever van een denktank en de media als katalysator, dat leidt tot mogelijk nieuwe regelgeving.
Nikki Sterkenburg promoveerde aan de ISGA op een onderzoek naar radicaal- en rechts extremisme, dat aansloot op de aandachtspunten van de NCTV. Zij verruilde haar functie als plaatsvervangend hoofd Analyse binnen de NCTV voor een leerstoel Journalistiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ook publicaties van Sterkenburg zijn regelmatig onderwerp van gesprek binnen ons landsbestuur (1,2).
Rob de Wijk is een veel geziene gast in de talkshows om geopolitieke situaties te duiden. Hij wordt meestal aangekondigd als hoogleraar aan de Universiteit Leiden, soms met zijn HCSS-banden, terwijl het voor de kijker waardevolle informatie zou zijn om zijn rol in de bredere context binnen het veiligheidsepistemische gemeenschap te duiden. De Wijk verschijnt ook met regelmaat in de dagbladen en heeft een vaste rubriek op radiozenders van de NPO en BNR.
Academische schrijfsels die leidden tot beleid
De cyclus van academische artikelen die leiden tot beleid is enkele paragrafen hierboven beschreven, waarbij een document met een probleemstelling en mogelijke aanbevelingen uiteindelijk leidt tot beleidsaanpassingen.
Het ICCT-paper “Countering Violent Extremism (CVE): A promising response to Terrorism” uit 2012 en een opvolger uit 2015 bespreekt “multi‑agency prevention” en de stap van repressie naar preventieve signalering van extremisme. De doorwerking was dat het leidde tot een VN-resolutie en het rapport door JenV/NCTV werd gebruikt als theoretisch fundament voor het programma “Preventie van radicalisering en extremisme” (opgestart 2015) en een internationaal programma binnen GCTF. Het kabinet‑document “Integrale Aanpak Jihadisme” uit 2014 bevat voor de helft terminologie die letterlijk uit dit ICCT‑kader komt (“early detection”, “multi‑agency cooperation”, “community resilience”). Nederland implementeerde Resolutie 2178 kort daarop in nationaal beleid, met een focus op preventie, monitoring en strafrechtelijke vervolging. Dit leidde tot aanpassingen in contraterrorismebeleid, wetswijzigingen en mandaatuitbreidingen voor de veiligheidsdiensten. De Europese Commissie nam dit model over in de eerste Radicalisation Awareness Network (RAN) guidelines. Het Nederlandse model van de ICCT diende als sjabloon in Brussel. Bert Koenders steunde echter uit hoofde van de Nederlandse regering verschillende terroristengroeperingen met zogeheten non-lethal aid, ter waarde van 25 miljoen Euro, en de immigratiestroom van voornamelijk mannen in “fighting age” richting West-Europa werd niet primair genoemd als oorzaak in de papers.
Het ICCT-paper “A Strategic Communications Approach to Tackling Current, Emerging and New Violent Extremist Threats in Europe” uit maart 2024 leidde tot een beleidsaanpassing in de Nationale Extremismestrategie 2024-2029 die in mei 2024 door middel van een Kamerbrief aan het Nederlandse parlement werd aangeboden. In januari 2025 werd de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (36.225) aangenomen. Deze wet codificeert casusoverleggen voor radicalisering, met wettelijke basis voor data-uitwisseling tussen politie, gemeenten, Openbaar Ministerie (OM) en jeugdzorg. Het richt zich op gepersonaliseerde interventies tegen extremisme, inclusief jihadistisch- en rechts-extremisme, en reageert op hybride dreigingen door lokale coördinatie te versterken. De NCTV publiceerde het rapport “Dreigingsbeeld Statelijke Actoren”, dat deels voortbouwt op de aanbevelingen uit het ICCT-paper.
In 2024 verscheen een rapport van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV) waar Bert Koenders voorzitter van is: “Hybride dreigingen en maatschappelijke weerbaarheid” van onder andere Edwin Bakker van het ISGA, Beatrice de Graaf en journalist Arend-Jan Boekestijn. Het roept op tot proactieve maatregelen, inclusief investeringen in weerbaarheid, bewustzijn en crisisrespons, met verwijzing naar het Rijksbreed Responskader Hybride Dreigingen (RBRK) en NAVO’s baseline resilience requirements. Aan dit AIV-rapport lagen meerdere papers ten grondslag die afkomstig waren van de ISGA (1,2,3,4, 5,6). Het rapport werd verzonden aan de Eerste- en Tweede kamer en leidde tot een kabinetsreactie. Hierop volgden debatten en een brief van de minister van J&V namens de NCTV met concrete acties en doelstellingen. Hiermee werd invulling gegeven aan het beleid. In de brief wordt gerefereerd aan de website www.denkvooruit.nl, als onderdeel van de campagne die heeft geleid tot de calamiteitenfolder die ieder huishouden in Nederland heeft ontvangen eind 2025. De Wet op de Defensiegereedheid (Wodg) moet voor meer bevoegdheden zorgen en is momenteel in consultatie. Een herziening van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv 2017) geeft de diensten meer mogelijkheden om digitale/hybride dreigingen beter te adresseren, inclusief het uitvoeren van verstorende operaties. De Wet Bestrijden Energieleveringscrisis (Wbe) is tot slot ook hier mede op gebaseerd. Binnen het landsbestuur hebben meerdere commissiedebatten (1, 2), een tweeminuten debat en een technische briefing plaatsgevonden. Dit toont aan dat het AIV-rapport een katalysator is geweest voor beleidsversterking, met focus op integratie in bestaande strategieën (bijv. Veiligheidsstrategie) en nieuwe wetgeving.
De beleidsvorming zoals eerder beschreven is volgens de epistemische cyclus doorlopen.
Internationale verbanden
De titel van de denktank Het Global Governance Institute (GGI) uit Brussel geeft al een beetje weg waar zij zich op richten. Mondiale vraagstukken en de implementatie van oplossingen ervan binnen de deelnemende lidstaten. De voorzitter is Joachim Koops, die tevens verbonden is aan de ISGA en voorheen aan de ICCT en Defensie. Deze denktank lijkt zich op meerdere epistemische gemeenschappen te richten.
Zoals eerder beschreven bestaat het veiligheidsepistemisch complex uit een internationaal netwerk van inlichtingendiensten, denktanks en universiteiten die gezamenlijk de lokale beleidsvorming beïnvloeden. Ze refereren aan elkaars werk, treffen elkaar op fora, en voeren gezamenlijk projecten uit die veelal gefinancierd worden door internationale conglomeraten of bijvoorbeeld EU-subsidies.
Het ICCT publiceert haar internationaal georiënteerde artikelen op een separate website. Ook hier verschijnen de papers die uiteindelijk leiden tot beleidswijzigingen, zoals deze over extremisme op telegram. Het gevolg was dat beleidsmakers voor regulering van de chatplatforms pleitten en druk zetten op Telegram. Via een Europees project heeft het ICCT een kennishub opgezet waarop de epistemische gemeenschap haar kennis kan delen.
The Council of Europe (COE) heeft een website waarop de verschillende samenwerkingsverbanden staan binnen de EU, maar ook met VN en de NAVO. Het centrale coördinatieorgaan dat ieder kwartaal bij elkaar komt heet Council of Europe Committee on Counter-Terrorism (CDTC), dat sinds 2024 wordt voorgezeten door Bartjan Wegter van het ICCT. Wegter studeerde aan de Universiteit Leiden en vervulde een rol binnen de NAVO voordat hij het voorzitterschap van de Finse oud-inlichtingenofficier Ilkka Salmi overnam.
The Counsil of Europe fungeert als faciliterend orgaan tussen de lidstaten waar deze terecht kunnen voor best practices over bijvoorbeeld capaciteitsopbouw en juridische vraagstukken om het beleid binnen de lidstaten te kunnen implementeren. Het Global Internet Forum to Counter Terrorism (GIFCT) heeft een wereldwijd bereik, met banden met het World Economic Forum dat betrokken is bij de inzet van AI bij terrorismebestrijding.
Samenvattend kan gesteld worden dat de internationale verbanden binnen het Veiligheidsepistemisch complex via de EU, de VN en de NAVO lopen, waarbij de EU een centrale rol speelt. Wellicht omdat daar de grootste overlap zit van landen die zich bij alle drie de organisaties hebben aangesloten.
Epiloog
Epistemisch betekent kennis, weten, inzicht of wetenschap. Een epistemische gemeenschap transformeert kennis/wetenschap tot een dogmatisch machtsblok wanneer er consensus is bereikt binnen de gemeenschap. Hierin schuilt een gevaar dat “De Wetenschap” is verworden tot entiteit die niet bevraagd of betwist mag worden.
Het startschot voor de oprichting van op het binnenland gerichte inlichtingendiensten met bijbehorende wetgeving zoals de WIV in Nederland en de Homeland Security Act in de VS, is gelost na de aanslagen van 9/11 in New York. De globale coördinatie van de activiteiten en grondslagen van de nieuwe diensten, loopt via de universiteiten en denktanks in het Veiligheidsepistemisch complex. De blauwdruk voor dit Veiligheidsepistemisch complex is in het decennium voorafgaand aan de aanslagen gelegd en was gereed rond de millenniumwisseling. Epistemische gemeenschappen zijn in twee pilotprojecten over zure regen en de ozonlaag getest en wellicht verfijnd.
Beleidsopvattingen, uitbreidingen van bevoegdheden en inperkingen van vrijheden en democratische processen volgen een cyclisch proces waarbij de universiteiten en denktanks een onmiskenbare rol spelen. De media kan op gepaste afstand blijven van de inlichtingendiensten en het militair industrieel complex door de buffer van de academie en de denktanks binnen het Veiligheidsepistemisch complex. Echter spelen de media wel een versterkende rol door bepaalde coryfeeën regelmatig een podium te geven en door dit juist niet te doen bij experts met een kritische zienswijze op de problematiek.
De these van Peter Haas’ paper uit 1992 pleit voor het framen van problemen en oplossingen, hetgeen leidt tot een kader van consensus: “Epistemische gemeenschappen sturen beleid door problemen te framen, agenda’s te maken en institutionele veranderingen te bevorderen, gebaseerd op gedeelde causale overtuigingen (oorzaak-gevolg-relaties), normatieve principes (wat wenselijk is), validiteitscriteria (wat telt als kennis) en een collectieve beleidsmissie.”
Artikelen over de terroristische dreiging van jihadisme beschrijven zelden of nooit de mogelijke verbanden met de massa-immigratie uit niet-westerse landen. De relatie met regime changes en oorlogen die deze massa-immigratie veroorzaken, worden vrijwel volledig buiten beschouwing gelaten. Men richt zich dus op fenomenen en de binnen de kaders gestelde bestrijdingsmogelijkheden ervan, in plaats van op alle mogelijke oorzaken. Inclusief de rol die Nederland speelt in die oorzaken.
De kritische observant van de hedendaagse politiek zal zijn opgevallen dat in toenemende mate de beleidsmakers een zwakke inhoudelijke achtergrond hebben in de portefeuille die zij vertegenwoordigen. Een bestuurskundige die minister van Justitie en Veiligheid is, een leraar basisonderwijs op VWS, of een minister van Landbouw met een MBO-opleiding Verzorging (zonder iets af te willen doen aan die opleidingen), bevestigen dat de beleidsmakers in toenemende mate moeten leunen op de epistemische gemeenschappen binnen hun beleidsterrein.
Voor de buitenwereld is er een verklaarbaar onderscheid tussen inlichtingendiensten, denktanks, universiteiten en politiek. Wie zich verdiept in de veiligheidsepistemische gemeenschap, ziet dat de scheidslijnen nogal diffuus zijn. De NCTV richt een leerstoel op aan de Universiteit Leiden. Een ICCT denktanklid zit een Europese forum van inlichtingendiensten (CDTC) voor en inlichtingenofficieren doceren aan de universiteit. Bovendien schrijven journalisten mee aan papers van de ISGA.
Epistemische gemeenschappen vormen een bedreiging voor het open wetenschappelijke debat waarin meningen en theses uit een volledig spectrum welkom zijn. Aangezien problemen en oplossingen worden geframed, schuilt het gevaar van tunnelvisie, kortzichtigheid en doelredenering. Dat geldt voor alle disciplines die epistemisch werken zoals klimaat en gezondheid. Dat laatste is aan de oppervlakte gekomen in de coronacrisis.
Dit artikel biedt mogelijk een verklaring voor het strenge optreden door de NCTV tegen “anti-institutioneel extremisme”. De stabiliteit van de instituties en de veiligheidsepistemische gemeenschap zelf, wordt voor een belangrijk deel bepaald door hun rol binnen dat epistemisch complex. Zij houden de consensus in stand, ook al is deze zorgvuldig geconstrueerd omdat zienswijzen die buiten het Overton-window vallen, gemarginaliseerd worden. Bovendien hebben de inlichtingendiensten directe invloed op die consensus door leerstoelen aan universiteiten te creëren en gerichte onderzoeken te laten doen naar fenomenen waarop zij zelf kunnen handhaven met nieuwe mandaten.
Nieuwe narratieven, waar “stochastisch terrorisme” een voorbeeld van is, krijgen via het epistemisch complex officiële statuur. Vervolgens wordt een maatschappelijk debat opgestart met als doel om grondslagen voor handhaving en surveillance te creëren.
De veiligheidsepistemische gemeenschap richt zich ook op Stratcom. Dit zijn informatie operaties en psychologische operaties die worden uitgevoerd op de burgerbevolking om het gedrag en perceptie van de burgers te beïnvloeden. Het bestrijden van “desinformatie” -informatie die strijdig is met de narratieven die mede voortkomen uit de epistemische gemeenschappen zelf- is daar onderdeel van. Deze perverse constructie overschrijdt de ethische grenzen ruimschoots.
Om terug te keren naar een soevereine bestuursvorm, een functionerende democratische rechtsorde en een onafhankelijk en open wetenschappelijk speelveld, dienen epistemische complexen geanalyseerd worden naar perverse constructies en belangen. Indien nodig dienen alle perverse constructies ontmanteld en transparant te worden.
















Ik zal hier maar niet als eerste opschrijven dat ik dit een uitstekend artikel vind 😜 Heb vast al wat vinkjes achter mijn naam... Voor mij verklaart het in ieder geval wat ik de laatste jaren waarneem.
Maar ik mis in dit verhaal de reden. Wat is de drijfveer voor dit uitvoeringsprogramma en het "kaltstellen" van onze democratie en grondrechten.
Dat is naar mijn mening het commitment voor Agenda 2030. Deze lieden denken werkelijk dat zij bezig zijn een betere wereld te scheppen. En alles en iedereen moet daarvoor wijken. Noem het een secte. Hier een mooi overzicht van de uitvoering van het nieuwe scheppingsverhaal: https://youtu.be/QxylOWsGawY?si=6tAR3kMySV989nQZ
Een getailleerd perpectief op onze veiligheidsstuctuur in de Staat. Die niet alleen bestaat uit de drie inlichtingendiensten, maar ook uit partners voor infrastructuur, techniek, en inzichtelijkheid. Een partner die niet is genoemd is TNO. Vele vraagstukken en ontwikkelingen voor de veiligheidssituatie worden samen ontwikkeld, waarbij TNO supervisor en rekenaar aan mogelijkheden is. Technieken zoals radiogolven, satelliet communicatie, laser en last berekeningen worden ook meegenomen. Het lijkt soms wel op DARPA. Ik mis ook in dit stuk de Cognitive Warfare, door NATO de belangrijkste ontwikkeling na de atoom bom. Psychologische beïnvloeding is slechts een onderdeel. Het gaat ook om directe technische invloed op het brein. Kijk eens bij testmens.nl